Gisteren weer zo’n avond. Je zit lekker met je afstandsbediening, thee in de hand, en dan: bam. Daar is Iris Rulkens, weer eens iemand nadoen. Deze keer bij Hélène. Alsof de echte wereld nog niet genoeg is, moet ik nu ook nog een nep-Soundos zien.
Maar dan zegt Iris: “Alleen Soundos was woest.” Alsof dat niks is. Alsof ‘alleen’ betekent dat het goed gaat. Alsof er maar één mens op aarde kwaad is geworden, en dat is toevallig iemand die al weet hoe ze zichzelf moet verkopen.
Ik snap het wel, hoor. Iedereen imiteren is makkelijk als je geen baan hebt waarbij je elke dag dezelfde kleren aan moet. Maar waarom altijd die ene? Die ene die al zo scherp in beeld is, die al zo vaak wordt doorgezaagd? Alsof we niet allemaal zien dat het over is.
En dan Hélène, weer eens de redder in nood. Zit daar, met haar kalme stem, alsof ze een therapeut is en niet een vrouw met een script. En Iris lacht, doet haar ding, en denkt: dit is kunst. Maar is het dat? Of is het gewoon: iemand nadoen tot het pijn doet?
Ik zeg niet dat het verkeerd is. Ik zeg alleen: waarom altijd de vrouw met het hoofddoek? Waarom niet de man die denkt dat hij grappig is maar gewoon vervelend? Waarom niet de presentator die altijd zegt “lekker bezig” alsof het een vloek is?
Maar nee. We kiezen voor Soundos. Omdat het makkelijk is. Omdat het klikt. Omdat het opvalt. En als ze dan kwaad is? Dan zeggen we: “alleen Soundos.” Alsof dat een trofee is. Alsof het een prijs is die je wint als je iemand genoeg pijn doet.
Ik zet de tv uit. Drink mijn thee op. En denk: misschien is lachen niet altijd het doel. Soms is het gewoon lawaai.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Let me know 😘
