Er zat een man aan tafel. Die man was kwaad. Niet zo’n “ooit was ik boos op mijn buurman”-kwaad. Nee. Echt. Die koffie bleef koud, die armen bleven over elkaar, dat gezicht bleef strak. Jan Slagter. Bij De Oranjezomer. Alsof iemand zijn laatste bitterballen had opgegeten zonder te vragen.
En dan denk je: toneel. Voor de kijk. Maar volgens Raymond Mens? Nee. Geen toneel. Echt boos. En niet alleen onder de lampen. Nee, ook daarna. Achter de schermen. Toen de camera’s uit waren. Toen de make-up eraf moest. Toen iedereen lachte. Jan niet.
Waarom? Omdat Guido den Aantrekker en Raymond Mens de avond ervoor iets hadden gedaan. Iets wat Jan niet lust. Wat precies? Geen idee. Maar blijkbaar genoeg om een hele uitzending te blijven zitten met een gezicht als een natte vaantje.
Ik snap het een beetje. Je zit in een programma. Je moet lachen. Je moet meedoen. Je moet “leuk” zijn. Maar stel: je bent boos. Echt boos. En dan zeggen ze: “Smile voor de camera!” Nee. Dan wil je gewoon naar huis. Of naar de wc. Of naar een plek waar niemand “maar het is toch voor de kijkers” zegt.
Maar ja. Dit is de media. Dan moet je door. Dan zeg je: “Nou, vertel eens, Jan, hoe gaat het?” En dan zeg je: “Goed.” Terwijl je denkt: “Jullie weten niet wat jullie gedaan hebben.”
En Raymond zegt het dus hardop: het was oprecht. Geen spel. Geen act. Gewoon: boos. En dat is misschien wel het meest menselijke wat je in de media kunt doen. Niet lachen wanneer het moet. Maar boos blijven wanneer je boos bent.
Alleen… waarom dan meedoen? Waarom zeggen: “Ik kom erbij” als je weet dat je kwaad blijft? Misschien is dat het probleem van nu. We doen allemaal mee. We zeggen ja. We lachen. We zitten aan tafel. Maar vanbinnen? Vanbinnen is het een puinhoop.
En dan denk ik: misschien is boos blijven juist dapper. In een wereld waar iedereen “leuk” moet zijn. Is boos zijn een vorm van eerlijkheid.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Let me know 😘
