Ik zat gisteren nog te denken: als ik ooit een tropisch eiland wil overleven, neem ik Johan Derksen mee. Want die man weet wat pijn is. En niet van een zonnebrand, nee, van een vakantie die mislukt.
Curaçao. Klinkt alsof je een cocktail bestelt met extra drama. Maar voor Johan was het meer: een strafexpeditie. Na een paar weken zon, zee en personeelsuitje — betaald door Corendon, dus eigenlijk door ons — concludeert hij: “Ga echt nooit meer.” Niet “misschien niet”, niet “we zien wel”. Nee, kap. Fin. Afgelopen.
Je vraagt je af: wat is er gebeurd? Was de rum te slap? De strandbediende te vriendelijk? Of was het gewoon het feit dat je in een programma werkt waar je elke dag moet doen alsof je nog geïnteresseerd bent in voetbal van drie weken geleden?
Maar nee. Het was Curaçao zelf. Het eiland heeft hem afgewezen. Of hij het eiland. Maakt niet uit. Het is een relatie die is gesneuveld tussen palmbladeren en een all-inclusive buffet.
En wij? Wij zitten hier met onze afstandsbediening, thee en een schermpje waarop Johan met een petje en een zure blik zegt: “Nooit meer.” Alsof hij niet wist dat zonvakanties meestal eindigen in een zucht of een zonnebril die in het zand ligt.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Lemme know 😘
