Een daling van 6,6 procent. Geen catastrofe, maar een symptoom — en wel van het soort dat je in de boardroom negeert tot het in je kwartaalcijfers staat. WPP, ooit het goudstaafje van de adverteerwereld, ziet zijn top 25 klanten ineens terugschrikken alsof ze betrapt zijn op een te dure relatie. En daar, midden in die stilte, komt het herstelverhaal aandrijven: *“We rekenen op herstel.”* Alsof hoop nog op de P&L mag.
Het is geen geheim dat de grote reclamehuisjes al jaren leven op een model dat stampt uit de jaren negentig: meer uren, meer headcount, meer pitchdeals. Maar wie betaalt nu eigenlijk voor die pitches? De klant. En wie betaalt voor de overschakeling naar performance? Ook de klant. En wie betaalt voor de ‘strategische herpositionering’? Nog steeds de klant. Tot het moment dat de klant zegt: *stop.*
WPP verliest niet zomaar klanten. Ze verliest *de dure klanten*. Diegene die dachten dat brandbuilding iets was wat je kon outsourcen. Nu keren ze zich naar interne teams, naar performancehouses, naar AI-tools die geen cava serveren maar wel 30 procent kosten besparen. En WPP? Die zit met een vliegtuig vol accountmanagers en een visiepresentatie die niemand meer bestelt.
Het herstel dat ze voorspellen? Die komt niet van groei, maar van inkrimping. Minder bureaus, minder reizen, minder overhead. En hopelijk, heel diep vanbinnen, iets dat lijkt op relevantie.
Maar wees eerlijk: als je moet wachten op een ‘herstel’, dan heb je allang verloren. De markt heeft gesproken. De vraag is alleen of WPP nog luistert — of gewoon blijft factureren.
Met zakelijke groet
,
Maurits Droogleever Fortuyn
Hoofdredacteur Redia.nl | Media Business
