Weerdenburg. Marlijn. Ja, die naam hoor je nu dus. Niet meer ‘die vrouw van We Zijn Er Bijna’, maar ‘de nieuwe’. En Martine van Os? Die is er eindelijk af. Weg. Geen uren meer in een auto, geen vertragingen, geen ‘we zijn er bijna’ terwijl je al drie kwartier op de A2 staat. Ze is het kwijt. Het programma. De stress. De zinloze gesprekken over hoe lang het nog duurt. En toch… komt er een vraag. Een simpele: “En Marlijn dan? Denk je dat zij het aankan?”
En dan gebeurt het. Martine kijkt serieus. Bloedserieus. Alsof iemand net vroeg of haar kat nog leeft. Geen lach. Geen schouderophalen. Nee, dit is belangrijk. Alsof het om een examen gaat. ‘Zal Marlijn slagen?’ Alsof iemand haar vroeg of het water in de kraan nog veilig is.
Maar waarom eigenlijk? Waarom zo serieus? Was het programma dan zo zwaar dat alleen een heilige of een robot het kan volhouden? Of is het gewoon dat je pas beseft hoe zwaar iets was als je er niet meer bent? Alsof je na een marathon zegt: ‘Ja, dat ging goed’, terwijl je drie dagen niet kon lopen.
Martine klaagde jaren. Over de uren. De hitte. De stilte. De gasten die niets te melden hadden. En nu? Nu is het over. En toch kijkt ze alsof ze een testament moet ondertekenen. Alsof Marlijn niet zomaar een opvolgster is, maar een erfgenaam van een vervloekte erfenis.
Maar misschien is dat het precies. Misschien is We Zijn Er Bijna niet zomaar een programma. Misschien is het een proef. Een marteling. Een ritueel. En Martine? Die heeft het overleefd. Ze is eruit gekropen, met haar haar nog half aan één kant, en nu wil ze weten: wie is de volgende offerande?
Of misschien is ze gewoon benieuwd. Gewoon, als mens. Wie neemt het nu over? En doet die het beter? Of slechter? Of gewoon… anders?
Maar nee. Ze kijkt bloedserieus. Niet boos. Niet blij. Gewoon: dit is serieus. En wij? Wij kijken mee. Vanaf de bank. Met onze thee. En denken: ja, het is maar een programma. Maar blijkbaar, voor Martine, was het meer.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Let me know 😘
