Alsof iedereen ineens een media-ontbijtje heeft gelezen bij de Horecagilde, denkt de doorsnee Nederlander dat Netflix hem vijf euro per maand waard is – maar dan mét reclame. Vijf. Euro. Alsof je voor de prijs van een dubbele espresso bij de Hoek je entertainmentvoorziening kunt kopen alsof het een broodje kaas is. Het onderzoek zegt het: het panel vindt vijf euro een ‘eerlijke prijs’ voor een Netflix-abonnement met reclame. Alsof ‘eerlijk’ iets te maken heeft met economie.
Laat me je even terugbrengen naar de realiteit: Netflix, dat bedrijf met een market cap van ruim 200 miljard dollar, dat investeert in series die alleen al per seizoen honderden miljoenen kosten, wil minimaal tien euro voor een reclamevrije ervaring. Tien. En dat is nog steeds onder druk, want de concurrentie met Disney+, Prime Video en de nieuwe speler van RTL in de race – die steeds scherpere bundels aanbiedt – dwingt tot prijsdiscipline. Maar vijf euro? Dat is geen prijs, dat is een belediging van het product.
Wat denken mensen eigenlijk dat er gebeurt? Dat Netflix dan een reclameblokje van drie minuten per uur inschakelt, net als in 1998 op SBS6? Nee. Reclame in streaming is technologie, data, targeting, en vooral: schaal. En die heeft kosten. Iedere seconde die je kijkt, wordt gemeten, geanalyseerd, verkocht. Maar ook dat kost ontwikkeling, infrastructuur, compliance. En toch denkt men hier, in ons geliefde polderland, dat je dat voor een prijsje van een oude NS-abonnement kunt kopen.
De waarheid? Als Netflix ooit een goedkopere tier lanceert, dan is het niet omdat de consument ‘t verdient’, maar omdat het cijfer klopt. Omdat de CAC onder de LTV blijft. Omdat de reclame-ecosystemen rendabel zijn. En dan zul je zien: vijf euro is nog te hoog. Want de markt is geen democratie. De markt is een rekenmachine.
Met zakelijke groet
,
Maurits Droogleever Fortuyn
Hoofdredacteur Redia.nl | Media Business
Nederlanders denken te hoog van zichzelf
Share with friends:
