Ik zat gisteren thee te drinken, afstandsbediening in de hand, en dacht: wat zou er gebeuren als mijn kind voor de camera moest treden en alles zou verkeerd gaan? Zou ik ook zo snel de trap af rennen met een schild in de hand? Of zou ik gewoon doen alsof ik niets hoorde, net als toen hij op zijn twaalfde de vaatwasser kapotmaakte?
Maar Ivo Niehe doet niet alsof. Nee, de man die ooit met een vlotte kop door het journaal denderde, komt nu met een vaderhart naar buiten. Zijn zoon Tim, die onlangs mocht meedoen aan De Oranjezomer, deed dat met zoveel zweet in de handen dat je bijna een badkuip nodig had. Vragen werden verkeerd begrepen, antwoorden kwamen traag, en de glimlach was alsof hij per ongeluk in een citroen beet.
Kijk, ik snap de kritiek. We zijn het gewend: vloeiend, zelfverzekerd, altijd een stap voor. Maar Tim was duidelijk een stap achter – of misschien gewoon zenuwachtig. En dan komt papa Ivo, niet met een zweep, maar met een warme deken van woorden. “Hij deed het fantastisch,” zegt hij. Fantastisch? Nou ja. Maar weet je wat? Misschien is ‘fantastisch’ hier gewoon: hij stond er. Hij deed mee. Hij viel niet om.
We maken er wel heel snel een circus van, hè. Eén foutje, één aarzeling, en het is: ‘afpakken, hij is niets waard’. Maar Ivo zegt: kijk eens naar wie hij is, niet alleen naar wat hij zei. En dat is juist. Want in de mediawereld, waar iedereen moet stralen als een kerstboom, vergeet je soms dat mensen gewoon mens zijn. Met knikjes in de stem, trillende vingers, en een hart dat te hard klopt.
Dus ja, Tim had beter kunnen presteren. Maar hij is niet de eerste die zenuwachtig is voor de camera. En Ivo? Die is niet de eerste vader die zegt: mijn kind is goed zoals hij is. Zelfs als de rest roept: ‘pak de afstandsbediening, zet uit’.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Let me know 😘
