Roxeanne Hazes. Ja, die naam ken je. Dochter van de grote Gerard, zangeres op eigen kracht, moeder, vrouw, volwassen mens. Toch belt ze nooit zelf naar de huisarts. Ook niet naar de tandarts. Niet naar de schoonheidsspecialiste. Niet naar niemand eigenlijk. Behalve haar man Erik. Die belt voor haar. Al tien jaar lang.
Ik zit hier met mijn thee, kijk naar de afstandsbediening en denk: zou ik dat kunnen? Nee. Maar zij wel. Of nou ja, niet zij. Maar hij. Hij belt. Zij zit erbij. Of niet. Geen idee. Maar het is Erik die de telefoon pakt als er iets is. Een afspraak, een klacht, een vraag over de bloeduitslag. Alles via hem.
Ik snap het wel, een beetje. Die telefoontjes. Zo’n stem aan de andere kant. Geen gezicht. Geen glimlach. Alleen een naam op je scherm. En dan: ‘Goedemiddag, met de praktijk van dokter De Vries.’ Bang zijn dat je iets verkeerd zegt. Bang zijn dat je wordt doorgeschakeld. Bang zijn dat je moet wachten op een stem die zegt: ‘Een moment alstublieft.’
Maar Roxeanne? Die zingt voor duizenden. Staart in het licht. Zingt over liefde, over pijn, over moederschap. En dan durft ze geen huisarts te bellen.
Ik denk: misschien is dat ook een soort moed. Niet alles hoeft. Niet alles kan. En als je man je helpt met bellen, dan is dat geen zwakte. Dan is dat gewoon: samen.
Toch vind ik het gek. Want ik bel zelfs mijn oma als ik een kippenvel heb. Maar zij? Nee. Erik belt. Voor alles. Ook als de zoon koorts heeft. Ook als ze zelf pijn heeft.
Ik vraag me af: wat zou Gerard gezegd hebben? ‘Meisje, pak de telefoon!’ Of juist: ‘Laat Erik maar, zo doen wij dat.’
Maar goed. Wij kijken vanaf de bank. Wij met onze eigen angsten. Voor de zon, voor de rekening, voor het gesprek met de buurvrouw over de gazonrand.
Iedereen heeft zijn ding. Haar ding. Haar belangst.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Let me know 😘
