Er zat een vrouw aan tafel. Koffie in de hand. Stoer kapsel. Ze zei: “Zeg het nou gewoon.” Alsof we het over het weer hadden. Maar het ging over Frankrijk. En over jongens die auto’s in brand steken. En over wie dat nou eigenlijk zijn. En waar ze vandaan komen. En of dat uitmaakt.
Hélène Hendriks, hoofdredacteur van niks, maar wel gezicht van SBS, zat daar in een mooie trui. En wilde weten: “Zijn het Marokkanen? Zijn het Algerijnen? Zeg het!” Alsof het een raadsel was. Alsof niemand het durfde te zeggen. Alsof het verboden was.
De anderen aan tafel draaiden met hun lepeltje. “Het zijn vooral jongeren,” zeiden ze. “Uit achterstandswijken.” “Sociale onrust.” “Economische kansen.” Allemaal woorden die niets zeggen. Alsof je zegt: “Het regent, dus ik pak een paraplu.” Maar niemand zegt: “Het regent, omdat er Marokkanen zijn.”
Ik zit thuis. Met mijn thee. En denk: waarom is het zo moeilijk om te zeggen wat iedereen ziet? Waarom moeten we altijd om de pot heen draaien? Alsof we bang zijn voor de waarheid. Alsof de waarheid gevaarlijk is. Alsof een naam een label is. En een label een zin is. En een zin een oorlog.
Maar Hélène durfde. Ze zei: “Zeg het!” En niemand zei het. Of wilde het. Of mocht het. Of dacht het zelfs. Want in Nederland praten we over alles. Behalve over wat echt speelt.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Let me know 😘
