Ik zat net thee te drinken, knapperend met de afstandsbediening, toen ik Olcay Gulsen zag flitsen op het scherm. Niet in een jas van bont, nee, in een storm van woorden. Tina Nijkamp, bekend van niets overslaan, zette haar scherp op de bank van Vandaag Inside. “Hoezo doe je dit?” vroeg ze, alsof ze een kind uit de regen haalde. Maar dan met designerbril.
Het ging weer eens over geld. Of liever: over hoeveel er wél is. Olcay, met haar man van 155 miljoen, is voor sommigen een droom. Voor anderen een nachtmerrie in pumps. Tina vond het vooral ongepast. Alsof iemand met een gouden lepel in de mond ineens ook nog de koekendoos claimt.
Maar hier is het gekke: niemand vraagt aan mannen met miljoenen hoe ze dat doen. Maar als een vrouw het heeft, dan is het opschepen. Dan is het te veel. Dan moet je worden aangesproken door een collega in een studio met te veel licht.
Ik snap de ergernis van Tina wel, hoor. De wereld is oneerlijk. Maar waarom richten we ons op de vrouw die iets zegt, en niet op de wereld die het beloont? Waarom is zij de zondebok, en niet het systeem dat glamoureus doet over rijkdom?
En trouwens: waarom moet je arm zijn om serieus genomen te worden? Moet je straffen omdat je geluk hebt? Of is het gewoon makkelijk om iemand te pakken die in de schijnwerpers staat?
Ik zet mijn kopje neer. Buiten regent het. Binnen blijft de discussie branden. Maar ik denk: als we iedereen gaan bekritiseren die iets heeft, dan kunnen we straks ook boos worden op de zon, omdat hij te fel schijnt.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Let me know 😘
