Er zat een tijd dat André van Duin bijna kon niets verkeerd doen. Alsof alles wat hij aanraakte in goud veranderde. Maar nu? Nu kijkt iemand van VI naar Beestenboel en zegt: “Too much.” En niet sarcastisch, nee. Echt teleurgesteld.
Ik snap het wel. Het is niet dat André ineens is vergeten hoe grappig werkt. Nee, het is meer dat het alsof hij denkt: “Ik ben er weer, dus iedereen klapt.” Maar het publiek zit niet meer op dezelfde bank. Vroeger riep je “Wadda een verrassing!” en dan lachte Nederland. Nu zeg je “Wadda een verrassing!” en denkt Nederland: “Ja, ja, we kennen het.”
Zelfs Wilfred Genee, die normaal gesproken alles van André met een glimlach naar binnen schuift, haakt af. “Ik kom er niet doorheen.” Dat zegt veel. Wilfred, die André ooit beschreef als “de koning van de komedie”, zit nu met de afstandsbediening in zijn hand en denkt: “Zal ik maar even stoppen?”
En dan denk je: misschien is het niet André. Misschien is het het programma. Beestenboel klinkt al als iets wat je in een oude schuur vindt. Alsof je een doos met oude pruiken en nepneuzen opent en denkt: “Dit was vroeger grappig.” Maar nu? Nu is het gewoon lawaai.
Het is alsof André denkt dat de tijd is blijven stilstaan. Maar wij zijn verder gegaan. We kijken kortere filmpjes, snellere grappen, kleinere momenten. En dan komt André met een show die voelt alsof je in een oude cabaretvideo terechtkomt waarin iedereen schreeuwt en springt. “Kijk, ik ben er!” Ja, André. We zien je. Maar zien is niet altijd genoeg.
Misschien is het moment gekomen om niet meer alles te doen. Niet uit moeheid, maar uit stijl. Niet iedere comeback hoeft een volledige show te zijn. Soms is een korte groet genoeg. Een knipoog. Een stil moment. Geen lawaai. Geen beesten.
Maar goed, wie ben ik? Ik zit hier met mijn thee en mijn eigen afstandsbediening. En ik druk niet op ‘volgende’. Ik druk op ‘stop’.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Let me know 😘
