Weer eens een vliegtuig, weer eens een BN’er, weer eens een kaartje. Deze keer met bubbels. Alsof het een verjaardag is. Maar nee: Olcay Gulsen stapt gewoon in bij KLM, en dan begint het gekrakeel al. Niet in de lucht, nee, op Insram. Daar post ze meteen het persoonlijke kaartje. Met haar naam erop. En de bubbels. Alsof ze een prijs heeft gewonnen.
Maar waarom is dit nou zo bekend? Omdat het elke keer weer gebeurt. Zie je een bekend gezicht, dan komt het champagneglas aangereden alsof het een reddingsboei is. En altijd een kaartje. Handgeschreven? Vast niet. Maar wel met de illusie van aandacht. Alsof KLM zegt: “Jij bent speciaal.” Terwijl wij gewone passagiers met onze rugzak en kruimels alleen een blikje fris krijgen. En een vage glimlach van de stewardess.
Ik snap het wel, hoor. BN’ers trekken kijkers. En kijkers trekken adverteerders. Maar moet je daarom zo hard in de knieën? Een persoonlijk kaartje, bubbels, een foto op sociale media – het voelt als een soort mededinging. Wie krijgt de mooiste behandeling? Wie mag het langst zwaaien vanaf het vliegtuig?
En dan die reacties. “Treurig BN’er-gekwijl.” Ja, oké. Maar is het nou echt kwijlen? Of gewoon marketing met een vleugje serviliteit? Want stel: als jij elke keer een fles prosecco kreeg bij het instappen, zou je het dan niet ook delen? Ik wel. Dan zet ik het ook online. Met hartjes.
Maar het gaat niet om Olcay. Het gaat om het patroon. Het gaat om de manier waarop media en merken elkaar blijven strelen. KLM viert BN’ers, BN’ers viert KLM, en wij kijken toe. Vanaf de bank. Met een kop thee. En een afstandsbediening.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Let me know 😘
