Een diepvriespizza van 4 euro met 30 gram suiker per portie wordt in de schappen gepositioneerd alsof het een staatsraad is: onaantastbaar, onbespreekbaar, heilig. En wie durft te zeggen dat dit niet past in een samenleving die zichzelf beweert te willen gezonder eten? De supermarkt? Nooit. Die telt de kassa’s, niet de bloedsuikerspiegels.
De snackindustrie heeft jarenlang een sluipgang gehouden via het schap. Van de kassa tot het gangpad, van het ooghoogte-rek tot de kassa-aanbieding: elk centimeter is strategisch gecoöpt. En waar is de tegenmacht? Bij de overheid, die denkt dat een sticker van de Schijf van Vijf op een pak muesli voldoende is om de markt te corrigeren? Belachelijk. Alsof een etiketje kan concurreren met een marketingbudget van 200 miljoen per jaar.
Wat we hier zien, is geen falen van de consument, maar een overmacht van commerciële logica. De supermarkt is geen opvoedkundige instelling. Die is ertoe gedoemd om te verkopen wat verkoopt. En wat verkoopt? Niet broccoli in vijf varianten, maar chips die smelten in de mond en blijven hangen in de heupen. De concurrentiedruk is zo groot dat elke schapruimte wordt gemeten in omzet per vierkante meter. Gezondheid past daar niet in, tenzij het als premium gepositioneerd is — en dus duurder. Dan mag het mee, want dan draagt het ook bij aan de marge.
Maar wie bepaalt dan de spelregels? De snackindustrie schrijft ze al tachtig jaar mee via lobby, sponsoring en subtiliteit. Denk je dat een Marsbar op de kassa toevallig ligt? Het is psychologie, geen nalatigheid. En de supermarkt, die zichzelf graag als ‘vertrouwde voedingspartner’ presenteert, speelt hierin mee als een goedgetrainde pion. Geen morele keuze, maar een economische noodzaak. Zonder de snackbarrière zakt de omzet. Punt uit.
Dus nee, we hoeven niet te hopen op een morele wending van de supermarkt. Die komt niet. Wat we nodig hebben, is scherpe regelgeving die de markt dwingt tot disbalans. Verbod op productplaatsing bij de kassa. Limieten op suiker, zout en vet — bindend, niet vrijwillig. En een heffing op ultra-geprocesseerde producten die echt pijn doet aan de winstmarge. Pas dan wordt gezondheid geen nicheproduct voor yuppen uit Amsterdam-Zuid, maar een toegankelijke keuze voor iedereen.
Zolang we denken dat bewustwording voldoende is, blijven we de kassa laten rinkelen terwijl de ziekenhuizen volstromen. De economie van de ziekte is winstgevender dan die van de preventie. En tot we dat erkennen, blijft de supermarkt een tempel van verleiding — zonder schuld, maar met volle schappen.
Met zakelijke groet
,
Maurits Droogleever Fortuyn
Hoofdredacteur Redia.nl | Media Business
De supermarkt is geen moraalprediker
Share with friends:
