Eerste vraag: wie is Winston Gerschtanowitz?
Tweede vraag: wie is Frans Bauer jr.?
Ik zat met mijn thee voor de buis, zoals zo vaak. De afstandsbediening lag binnen handbereik, mijn pantoffels op de grond. Toen kwam het bericht: Frans Bauer jr. op auditie bij Talpa. Mijn eerste gedachte? “Nog eentje?”
Zijn vader zong over liefde, pijn en kerst. Zijn moeder kent iedereen van de middelbare. En nu dus de zoon, met een droom in zijn ogen en een microfoon in zijn hand. Journalistiek studeren, ja, leuk. Maar wie wil er nu nog schrijven als je kunt stralen?
Dus op naar Talpa. De plek waar dromen waar worden. Of waar ze meteen stukvallen.
En dan die vraag: “Wie is Winston Gerschtanowitz?”
Ik hoorde het bijna. Die stilte. Die blik. Die paniek in zijn ogen. Alsof iemand vraagt wie Paul de Leeuw is, maar dan zonder context.
Winston is gewoon een man met een bril en een vlotte mond. Hij presenteert, interviewt, lacht soms te hard. Net als iedereen die ooit op tv kwam. Maar blijkbaar niet iedereen kent hem. Zeker niet als je opgroeide met “Mama, ik wil een man”.
Maar kom op. Je wilt presenteren. Dan moet je weten wie er al staat. Je kunt niet beginnen met een leeg gezicht en een volle droom.
Toch voel ik iets van medelijden. Die jongen wil gewoon iets doen. Iets van zichzelf maken. Niet alleen de zoon. Niet alleen de naam. Maar moet het dan bij Talpa? Moet het dan meteen over bekendheid gaan?
Ik zet de tv uit. Mijn thee is koud. Mijn pantoffels staan nog steeds scheef.
Misschien is het genoeg om gewoon te beginnen. Ergens. Iets. Zonder naam. Zonder schijnwerpers.
Maar nee. Dit is Nederland. Dan moet je meteen groter dan groot.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Let me know 😘
