Het kabinet trekt de remmen strakker, maar laat de locomotief gewoon stoom blijven uitpuffen. Claudia van Bruggen, staatssecretaris voor Justitie en Veiligheid, roept het volk tot bezinning terwijl ze met één hand de deur op slot doet en met de andere het slot doorzaagt. Reclames voor online gokken moeten verdwijnen, zegt ze, alsof je een brandweerman ziet huilen bij een smeulend vuur dat je zelf hebt aangestoken.
Intussen groeit het aantal gokverslaafden als een ongedeerd ondernemerschap in de polder. De cijfers zijn geen alarm, ze zijn een gillende sirene op volle capaciteit. En toch? De sector draait aan de bel. Miljarden omzet, fracties belasting, en een overheid die pas wakker schrikt als de schade niet meer te bagatelliseren is. Alsof je pas stopt met brandstof sproeien als het dak instort.
De verboden reclames zijn een gebaar. Een symbolische kapstok voor morele superioriteit. Maar wie reclame verbiedt en het spel zelf laat doorgaan, is als een huisarts die tegen roken waarschuwt terwijl hij sigaretten verkoopt achter de balie. De gokexploitanten zitten niet in de gevangenis, ze zitten in de boardroom. En daar, op de Zuidas of in een kantoor boven een pizzeria in Limburg, wordt er geen seconde getwijfeld over de winstgevendheid van wanhoop.
Wat volgt nu? Een verbodsregime dat zo vol gaten zit als een Nederlandse dijk in maart. Geen structurele vernieuwing van de regelgeving, geen harde grens aan het aantal accounts, geen echt toegankelijk register voor verslaafden. Nee, een reclameverbod — alsof je de trailer van een slechte film verbiedt, maar de bioscoop laat draaien.
De enige groei die hier wordt aangepakt, is de groei van het wantrouwen in beleidsmensen die denken dat een verbod op spotjes genoeg is. Terwijl de gokmachines in de digitale achtertuin gewoon blijven draaien. Voor elke euro die wordt ingezet, is er een winst, en die winst is nooit voor de speler.
De sector weet het. De overheid weet het. En toch: niemand zet een punt achter de logica van meer omzet, meer risico, meer schade. Want zolang er wordt ingezet, is er ook een staatsdeel dat profiteert — zij het indirect, zij het via belasting, zij het via werkgelegenheid. Een morele economie? Nee, een economie van moreel bankroet.
De levensvatbaarheid van dit beleid? Nul komma nul. Het is polderpolderen op z’n best: doen alsof je iets doet, terwijl je de winst blijft incasseren.
Met zakelijke groet
,
Maurits Droogleever Fortuyn
Hoofdredacteur Redia.nl | Media Business
Gokindustrie in de ban
Share with friends:
