Nou, daar zat ik dan. Met mijn laptop op de bank, een lauw kopje thee en de vraag: waarom sluit Gordon nou écht zijn zaak in Blaricum? Niet vanwege slechte bezoekerscijfers, nee. Volgens hem wilden de lokale rijken niet tussen zijn fans zitten. Alsof ze bang waren dat de glitter van de provincie aansteken.
Stel je voor: je hebt alles. Een huis met tuin, een auto die meer kost dan mijn jaarinkomen, en dan weiger je om te lunchen in een tent van Gordon? Niet omdat het er lelijk is of de koffie slecht – integendeel – maar omdat je denkt: ‘Ik ben geen fan, ik ben gewoon rijk.’ Alsof fan zijn iets is wat je onder je niveau vindt. Alsof je, als je genoeg geld hebt, geen lol meer mag hebben.
Maar Gordon is geen domme man. Hij ziet patronen. En hij ziet dat zijn fans uit Alkmaar, Eindhoven of Heerlen wél komen. Met hun muts op, hun telefoon in de aanslag voor een selfie, en een glimlach die niks te maken heeft met geld. Zij zitten daar, tussen de tafels, en denken: dit is het. Terwijl de Blaricummer binnenloopt, kijkt om zich heen, en denkt: dit is niet exclusief genoeg.
Ik snap het wel, een beetje. Als je gewend bent aan stilte, privacy en een ober die je bij je voornaam kent, dan is een Gordon-zaak misschien te veel lawaai. Te veel mensen. Te veel emotie. Maar moet je dan niet gewoon thuisblijven met je biologische smoothie? Moet je niet gewoon accepteren dat dit soort plekken niet voor jou gemaakt is?
Want dat is het punt. Gordon bouwt geen museum voor de elite. Hij bouwt iets voor mensen die hem leuk vinden. Die zijn stem horen en denken: ja, dat is muziek. Niet status.
En dus sloot de zaak. Niet vanwege slechte cijfers, maar vanwege trots. De verkeerde soort trots. Die van mensen die denken dat ze boven het gewone uitstijgen. Maar weet je wat? Zonder gewoon, geen bijzonder.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Let me know 😘
