Renze Klamer vraagt iets over de vriend van Rob Jetten. Gewoon een vraagje. Alsof je aan tafel zit en iemand vraagt hoe het met je buurman is. Maar Raven van Dorst reageert alsof er een spion in de kamer staat. “Wat wil je?!” roept hij. Alsof Renze een geheime missie heeft. Alsof het om staatsgeheimen gaat. Terwijl het over een relatie gaat. Iets wat iedereen kent. Iemand verliefd, iemand verloofd. Niks geheimzinnigs.
Maar nee. Raven kijkt alsof hij wordt ondervraagd in een detectivefilm. Zit hij bij Renze op de bank, klaar voor een blije promo, en dan dit. Een simpele vraag over een politicus en zijn vriend. En ineens is het drama. Alsof er een bom onder de stoel zit.
Waarom zo geïrriteerd? Is het zo gek om te vragen hoe het gaat? Of is het omdat het over een homostelletje gaat? Nee, dat denk ik niet. Het voelt meer alsof Raven denkt: “Waar bemoei jij je mee?” Alsof Renze buiten zijn boekje gaat. Maar Renze blijft gewoon rustig. Stelt zijn vraag. Geen venijn. Geen val. Toch voelt Raven zich aangevallen.
Misschien is het dat. In de mediawereld is alles belangrijk. Elke zin, elk woord. En dan komt zo’n vraag, en ineens voel je je bloot. Alsof je moet uitleggen waarom je vriend ook een vriend is. Maar het is gewoon liefde. Net als bij jou en je partner. Of bij mij en mijn thee.
Het gekke is: niemand doet er iets kwaads mee. Renze wil gewoon praten. Raven wil gewoon promo maken. Maar dan gebeurt dit. Een vonkje irritatie. Een schreeuw. En de rest kijkt mee. We zitten allemaal op de bank. Met onze afstandsbediening. En denken: waarom zo moeilijk?
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Let me know 😘
