Je ziet het zo vaak. Eén kijkt links, de ander denkt rechts, en ineens staat iedereen te schreeuwen over wie de microfoon het hardst had. Zo ook bij De Toppers. Maar Gordon? Die schudt zijn hoofd en zegt: ‘Natuurlijk. Weet je waarom? Omdat ik het zelf meegemaakt heb.’
Hij was er zelf bij, jarenlang op hetzelfde podium. En volgens hem was het al jaren duidelijk: de geluidsbalk van René Froger stond altijd op maximaal. “We kwamen erachter dat de microfoon van René altijd harder stond,” zegt Gordon. Niet boos, eerder nuchter. Alsof hij een kop koffie inschenkt en vertelt dat de suikerpot weer leeg is.
Gerard Joling is weg, de groep kraakt, de pers roept ‘scandaal!’ – maar Gordon haalt zijn schouders op. Voor hem is het geen verrassing. Het gaat niet om de muziek, het gaat om wie het laatst het woord heeft. En wie de knoppen in handen heeft.
Ik snap het wel. Stel je voor: je staat met drie mannen in een glitterpak, zingt hetzelfde liedje voor de tiende keer, en dan denkt één van hen dat hij de ster is. Terwijl de rest denkt: ‘Wacht, wie zingt er nu eigenlijk?’ Dan knalt het.
Maar Gordon blijft kalm. Hij heeft het gezien. Hij heeft het gehoord. Letterlijk. En hij zegt niks boosaardigs. Hij zegt gewoon: ‘Ja, dat gebeurt.’ Alsof hij vertelt dat de verwarming in de tourbus weer kapot is.
Misschien is dat het probleem in de media: we willen drama. We willen tranen, we willen vuurwerk. Maar soms is het gewoon een microfoon die te hard staat. En één man die denkt dat hij zingt – terwijl de rest alleen maar hoort: *brrrrrt*.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Let me know 😘
