Waar de zon nog steeds opkomt, is in Azië. En niet in Rotterdam. Unilever, ooit het kroonjuweel van de Nederlandse industriële trots, groeit fors op opkomende markten — terwijl het thuisfront in Europa ineenzakt als een soufflé in een defecte oven.
De cijfers spreken een harde taal: opkomende economieën dragen het rendement, terwijl de Europese verkoop krimpt als een T-shirt in de droger. En dan hebben we het nog niet eens over Unox, het nationale comfortfood dat ooit in elke Nederlandse koelkast stond. Vandaag? De verkoop stokt. Niet omdat de soep slechter is, maar omdat de boodschap verloren is in een zee van pasklare moraalprediking over duurzaamheid, terwijl de portemonnee krimpt.
Het is een klassiek teken van culturele verblindheid. Men spaart de marketingbudgetten in Europa in, terwijl men in India en Vietnam campagnes lanceert met ROI’s die de Zuidas-adviseurs jaloers zouden maken. Maar hier, waar Unilever geboren werd, wordt het merk niet meer als vrijgevochten innovator gezien, maar als een betuttelende tante met een veganistische agenda.
Wie het westers consumentisme wil redden, moet stoppen met het bespelen van gewetens en beginnen met het lezen van cijferreeksen. De groei is verhuisd. De vraag is of Unilever nog durft te kiezen: voor de wortelsoep van weleer of de markt van morgen.
Met zakelijke groet
,
Maurits Droogleever Fortuyn
Hoofdredacteur Redia.nl | Media Business
Unilever krimpt in zijn geboorteland
Share with friends:
