Een nederlaag verpakt als morele overwinning. De NPO trekt zich terug van het Songfestival – niet omdat het te duur is, niet omdat het te kitscherig is, maar omdat het te veel lijkt op vroeger. Te veel vlaggetjes, te veel emotie, te veel van dat rare gevoel dat we eigenlijk niet willen maar wel willen. En dus wordt besloten: we doen niet meer mee. Niet uit machteloosheid, maar uit gewetenswroeging. Alsof morele superioriteit een substituut is voor culturele aanwezigheid.
De reden? Medewerkers klagen. Leidinggevenden schuiven stoelen. Levenend geworden omroepen – die ooit bedoeld waren om de stem van een sociale klasse te zijn – voelen zich nu bedreigd door een podium met glitter en een finale in twaalf maten. Alsof Eurovisie een aanval op de democratie is, in plaats van wat het is: een goedkope, effectieve, rendabele machine van populaire cultuur.
Maar hier ligt de hypocrisie. De NPO heeft jarenlang geprofiteerd van de spotlight, van de ratings, van de nationale opwinding rond een liedje dat niemand serieus neemt, maar waar iedereen naar kijkt. En nu, als de wind draait, kiest men voor de luwte. Men roept ‘waarden’, maar bedoelt ‘angst’. Angst voor kritiek, voor slechte smaak, voor het oordeel van een elite die denkt dat kunst alleen serieus is als niemand het kijkt.
Intussen is het Songfestival allang geen muziekconcours meer. Het is een geopolitiek spel, een marketingplatform, een moment van pure, ongegeneerde national branding. Denk aan Zweden, aan Oekraïne, aan Nederland in 2019 – toen Duncan Laurence met een zachte stem en een harde message goud pakte. Geen overwinning van volume, maar van authenticiteit. En juist dat durft de NPO nu niet meer.
Men zegt dat het om samenwerking gaat. Dat de omroepen niet achter de actie staan. Alsof publieke zenders nog iets te zeggen hebben in een tijd waarin Netflix, Spotify en TikTok bepalen wat populair is. De ironie? Terwijl de NPO zich terugtrekt uit een wereld van 150 miljoen kijkers, investeren commerciële platforms massaal in eigen content met exact dezelfde formule: emotie, drama, herkenning. Alleen dan zonder morele bagage.
De les is simpel: als je geen visie hebt, word je passief. En passiviteit is geen ethiek – het is luiheid verpakt in een witte jas.
Nederland doet niet mee. Maar de wereld merkt het niet eens.
Met zakelijke groet
,
Maurits Droogleever Fortuyn
Hoofdredacteur Redia.nl | Media Business
Nederland kiest voor niet kiezen
Share with friends:
