Er was een tijd dat je Ron Brandsteder elke week zag. Op zondag, met een kop thee in de hand, verscheen hij ineens op het scherm. Alsof hij thuis was. Alsof hij deel uitmaakte van de familie. Dan zei hij iets over een film, of een acteur, en wij luisterden. Alsof het om brood ging. Of om het weer.
Nu blijkt: hij is al een jaar dood. En niemand heeft het doorgekregen. Geen sirenes, geen krantenkoppen, geen stroom van rouwberichten. Geen social media die overstroomde met ‘RIP’. Nee. Stil. Heel stil.
Hij nam van bijna niemand afscheid. Alsof hij gewoon een keer de deur uit ging, en nooit meer terugkwam. Geen laatste interview. Geen laatste glimlach. Geen laatste grap. Alsof de stekker eruit is getrokken terwijl iedereen nog zat te kijken.
Hij was er gewoon. En nu is hij weg. Zonder fanfare. Zonder drama. Zonder dat iemand op de bank schreeuwde: “Wacht! Niet weggaan!”
Toch blijft het gek. Hoe kan iemand die zo lang in beeld was, zo geruisloos verdwijnen? Alsof hij nooit bestaan heeft. Alsof je het je verbeeldde. Alsof je de tv aanzet en denkt: had ik dat nou gedroomd?
Maar nee. Hij was echt. Ron Brandsteder. De man die wist hoe je een film moest uitleggen zonder er zelf in te spelen. Die nooit te serieus werd, maar ook nooit lullig. Die gewoon… praatte. Over iets dat wij allemaal deden: kijken.
En nu? Nu kijken wij verder. Zonder hem. Zonder dat we het doorhadden. Zonder dat we gedag zeiden.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Let me know 😘
