Toen de kaarsen uitgingen, zat hij er gewoon tussen. Niet op de bank, niet in beeld, gewoon: een jongen met een hoodie en een vermoeden van een glimlach. Drie jaar later zit Samuel Welten zelf op die bank. En ik denk: wie had dat gedacht? Zeker als je weet dat het over die ene uitzending gaat. De kaarsavond. Je weet wel. Die ene keer dat alles misging, of juist perfect liep, afhankelijk van hoe je kijkt. Geen licht, wel spanning. En nu zit de jongen uit het publiek ineens aan de andere kant van de tafel.
Alsof het lot een beetje gek is. Of misschien gewoon goed in plannen. Samuel, die nu met zijn stem de hitlijsten aandoet, zat toen gewoon te kijken. Net als jij of ik. Met een pakje chips of een koud bier. En nu? Nu praat hij over zijn muziek, zijn dromen, zijn leven – terwijl de camera’s draaien alsof hij er altijd al thuishoorde.
Maar ik vind juist dat zo leuk. Dat iemand die ooit gewoon meelachte vanaf de tribune, nu zelf het gesprek bepaalt. Geen sterrenkind, geen nepgedoe. Gewoon: hier ben ik. En ik heb iets te zeggen.
De media doen alsof het toeval is. Alsof het een leuk weetje is: ‘o, hij zat er toen ook al!’ Maar ik denk: misschien is het juist geen toeval. Misschien zit er meer achter dan een goede timing. Misschien keek hij toen al met andere ogen. Niet als fan, maar als iemand die dacht: dat wil ik ook. Op een dag. Zonder kaarsen.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Let me know 😘
