Je zou denken: je stapt in Sicilië in het vliegtuig, en tien minuten later zit je in Amsterdam met een prosecco. Maar nee. Youp van ’t Hek probeert terug te vliegen, en dan zegt KLM: “Nee, jij niet.” Vlucht geschrapt. Geen excuus, geen plan B, geen mens om tegen te praten. Alleen een robot die maar blijft zeggen: “Uw nummer is 487. We doen ons best.”
Youp staat daar dan, met zijn koffer en zijn gezicht. En denkt: dit is geen service, dit is een grap. Maar dan zonder lach. Hij probeert het telefooncentrum te bellen. Uren wachten. Dan een stem: “We kunnen u niet helpen.” Youp: “Maar ik sta op het vliegveld!” Stem: “Dan kunt u wachten op een nieuw vlucht.” Geweldig. Alsof je honger hebt, belt bij de snackbar, en ze zeggen: “Ja, we hebben friet, maar u moet zelf de aardappelen zien te vinden.”
Hij zegt het zelf: “Echt minkukels.” En dan komt het idee: een knokploeg. Niet met bokshandschoenen, maar met vragen. “Waar is mijn vlucht? Wanneer komt er een andere? Waarom zit ik vast?” Gewoon, dagelijks, iedereen die wil. Je belt KLM, je stelt je vraag, en als ze niks doen, komt de volgende. Net zolang tot iemand antwoord geeft.
Want zo werkt het toch? Bedrijven luisteren pas als het lawaai te groot is. En Youp maakt lawaai. Niet met schreeuwen, maar met logica. En een beetje boosheid. Terecht. Want wat moet een mens doen? Zelf een vliegtuig huren? Een zeilboot bouwen? Of gewoon: thuisblijven en hopen dat de luchtvaartmaatschappij zich herinnert dat klanten geen nummer zijn, maar mensen met een koffer en een planning?
Ik zeg: stuur de knokploeg. Maar niet met vuisten. Met vragen. Steeds opnieuw. Tot ze antwoorden.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Let me know 😘
