Je ziet het aan de randjes van je scherm. Eerst een klein berichtje. Dan een opiniekolom. Dan een vraag die klinkt als een beschuldiging. “Vind jij dit oké?” Alsof je met je mond vol tandpasta moet antwoorden.
Davina Michelle wordt genoemd. Niet als kandidate. Niet als kanshebber. Maar als iemand die iets moet zeggen. Over oorlog. Over moreel toeval. Over of ze “Israëls daden” wel of niet vindt passen bij een liedje over liefde of vrede of hoe de wereld één groot dorp is.
Alsof een zangeres van SBS 6 ineens de stem van een natie moet zijn. Alsof haar stem niet genoeg is, maar haar stilte nog gevaarlijker.
BNNVARA, via hun opinieplatform Joop, zet de toon. Niet hard. Niet luid. Maar sissend. Zoals thee die te lang opstaat. Het is geen aanval. Het is een test. “Kan jij dit wel?” En daarmee: “Ben jij wel geschikt?”
Maar wacht. Sinds wanneer moet een artiest eerst een politiek examen halen voordat ze mag zingen? Moet ze eerst een verklaring ondertekenen? Een vredesverdrag in haar setlist verwerken?
Het Songfestival is geen vredesconferentie. Het is een feestje met lichtjes en gekke kostuums. En toch: iedereen wil dat het betekent. Iedereen wil dat het serieus is. En dus wordt Davina opgepakt. Niet voor haar stem. Maar voor haar stilte.
Ze zingt over gevoel. Over hartzeer. Over dansen in de regen. Maar nu moet ze opeens kiezen. Voor of tegen. Oké of niet oké. En als ze niets zegt? Dan is dat ook een antwoord, zeggen ze.
Maar ik zeg: laat haar zingen. Laat haar stem horen. Niet haar standpunt. Want als we elk liedje meten aan de oorlog, dan wordt elk couplet een proces. En dan is er geen plek meer voor een beetje gekheid. Voor een beetje glans. Voor een beetje onzin.
En dat is precies wat we nodig hebben. Niet nog meer zwaar. Maar iets lichts. Iets dat zweeft. Zelfs al is de wereld zwaar.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Let me know 😘
