Nou ja, heilig. Alsof iemand die al vijftig jaar in een muts rondloopt en ‘kroepoek’ roept met een stem van een aangeschreven brief, echt onaantastbaar is. André van Duin. De man is zo Nederlands als een pindakaas-sandwich met een lauwe kroket erna. Maar opeens: een klap. Hard. Van Mark Koster. In de Telegraaf. Alsof je oma uit het niets roept: “Dit is onacceptabel!”
Sinds wanneer durft iemand nog? We zijn gewend aan glimlachende interviews, terugblikjes met orgelmuziek en filmpjes waarin kleinkinderen “opa André” kussen. Maar nu: “Laat iemand ingrijpen!” Wat betekent dat eigenlijk? Is hij te oud? Te gek? Te veel van de oude wereld?
Ik zet de afstandsbediening neer. Even serieus. Van Duin is geen standbeeld. Hij is een man die blijft werken, ook al zegt zijn lijf: “Hé, misschien is rust ook goed?” Maar hij doet het. Elke keer weer. En nu komt Koster, met pen in de aanslag, alsof hij een dokter is die zegt: “Stop. Nu.”
Maar wie mag dat zeggen? Moet je op je 79e stoppen met doen wat je leuk vindt? Moet je stilzitten omdat anderen denken dat je moe bent? Ik maak me zorgen. Niet om André. Die weet wie hij is. Maar om ons. Wij willen alles perfect. We willen nostalgie zonder rimpels. We willen grappen zonder dat iemand oud wordt.
En dan roep je: “Laat ingrijpen!” Alsof het een noodsituatie is. Terwijl het gewoon leven is. Mensen worden oud. Ze blijven praten. Ze blijven lachen. Soms te lang. Soms te hard. Maar is dat reden om in te grijpen? Of is het juist reden om te blijven kijken?
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Let me know 😘
