Je ziet het aan je man: hij zit weer te mokken voor de buis. “Waarom krijgt Tom Waes een kwart miljoen van de overheid en Linda de Mol niks?” vraagt-ie, met een blik alsof hij net hoorde dat zijn favoriete kaas niet meer verkrijgbaar is. Ik zeg: “Schat, rustig. Linda krijgt inderdaad geen cent. Maar welkom in Vlaanderen, waar alles wat in Nederland kan, daar gewoon niet hoeft te kunnen.”
Ik begrijp de verbazing. Tom Waes, die man met de rugzak en de vaste glimlach, krijgt jaarlijks een flinke dotatie van het Nederlandse belastinggeld. Kwartaal voor kwartaal. En dan denk je: wacht, heeft Linda de Mol dan ook zo’n gouden trein? Nee. Noppie. Geen euro. Geen centje. Niks.
Maar hier is het gekke: dat is niet zo gek. In Vlaanderen werkt het anders. Daar betaalt de NPO – dat is de Nederlandse Publieke Omroep – een paar duizend euro per aflevering om een Vlaams programma te mogen uitzenden. Dus in plaats van dat de overheid Linda betaalt, betaalt Nederland haar programma’s. Iets als: “Hé, we mogen jouw show, hier is een klein bedrag.” Geen gouden handdruk, geen staatssteun, gewoon een huurprijsje.
En eerlijk? Dat past bij Linda. Geen show, geen drama, geen gekloof. Gewoon: ik werk, jij kijkt, en als je het leuk vindt, mag je het huren. Geen belastinggeld, geen commotie. Terwijl Tom Waes in Nederland met een vlaggetje op zijn rug door bossen huppelt op kosten van ons allemaal.
Ik zeg niet dat het één beter is dan het ander. Maar wel dat het verschil zegt waar we ons druk om maken. In Nederland: groots, zichtbaar, met budget. In Vlaanderen: kleinschalig, zakelijk, zonder omhaal. En Linda? Die zit gewoon te werken. Zonder staatssteun, zonder gekkenhuis. En met een glimlach die geen kwart miljoen kost.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Let me know 😘
