Er staat een man op een podium in België. Hij zingt. Het publiek klapt. De man heet Marco Borsato. In Nederland zou dat een risico zijn. Hier niet. Hier is het gewoon een concert.
Ik zit thuis met mijn thee. De afstandsbediening in de hand. Op tv: een discussie over vergeving. Alsof het een koekje is dat je kunt delen. In Nederland: nee. In België: ja. Waarom? Omdat ze katholiek zijn, zeggen ze. Alsof dat alles verklaart.
Alsof katholiek zijn een knop is. Aan: vergeven. Uit: boos. Alsof iedereen daar meteen op één knie valt als er een zanger met een verleden langskomt. Alsof het geloof een soort witschuim is. Je doet er een laag overheen en de schade is weg.
Maar is het zo simpel? Of is het gewoon dat de Belgen minder tijd hebben om boos te blijven? Of misschien: minder behoefte aan drama? Hier in Nederland praten we er nog steeds over. Alsof we een serie kijken die nooit eindigt. In België: seizoen één, aflevering één, alweer verder.
Ik snap het niet. Of misschien wel. Misschien is het gewoon een kwestie van afstand. Of van cultuur. Of van: gewoon weer zingen. Zonder al dat gepraat eromheen. Zonder de moraalpolitie op de bank.
Maar dan denk ik: wat als iedereen zomaar vergeven wordt? Wat als de regels verdwijnen? Wat als het alleen nog om het geluid gaat, en nooit meer om de daad?
Toch. In België klapt men. In Nederland kijken we weg. Of juist: we kijken te lang. Alsof we denken dat als we maar hard genoeg staren, de waarheid eruit springt. Maar die komt niet. Die zit vast in de woorden die niemand meer durft te zeggen.
En Marco? Die zingt. In België. Voor mensen die hem willen horen. Niet als held. Niet als zondebok. Gewoon: als man met een microfoon.
En ik? Ik zet de tv uit. Drink mijn thee. En denk: misschien is vergeven niet iets voor de media. Misschien is het iets voor de kerk. Of voor jezelf. Niet voor de commentaarsectie.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Let me know 😘
