Soms denk ik: als ik een zanger was, dan had ik ook al een vaste plek in een groep. Maar nee, hoor. Mart Hoogkamer staat ook nog te trappelen bij de telefoon. Alsof hij een tiener is die wacht op een date voor het schoolbal. Alleen is het hier geen bal, maar De Toppers. En geen date, maar een telefoontje van een producer. Dat is nu al weken uitgebleven.
Hij zat er al in met beide benen, zo leek het. Na de vertrek van Gerard Joling was de stoel nog warm. Mart werd genoemd, Tino Martin werd genoemd, iedereen knikte. Alsof het een feestje wordt waar iedereen al kaarten heeft, behalve jij. En dan staat Mart daar, met zijn jas aan, in de hal, koffie in zijn hand, en denkt: wacht… ben ik vergeten?
“Ze hebben mij niet meer gebeld.” Zegt-ie op SBS 6. Niet boos, eerder verbaasd. Alsof hij een pakketje besteld heeft, en de bezorger is al drie keer langs geweest – maar nooit bij hem. Je voelt het aan: het is niet de eerst keer dat hij op een belletje wacht. En niet de eerste keer dat het stilblijft.
Tussen de regels door: het is niet zozeer de groep waar hij voor wil, maar de erkenning. Iemand die zegt: jij mag meedoen. Jij bent degene. In plaats daarvan: radio. Geen muziek, geen stem, gewoon: stilte. Alsof de wereld verder is gegaan, en hij is blijven staan bij het nummer “Wachten op een kans”.
En Tino dan? Die wordt ook genoemd. Maar niemand zegt wanneer, of hoe, of of het überhaupt nog gebeurt. Misschien is het allemaal wel een misverstand. Of een droom die iedereen had, behalve de mensen met de sleutels.
Maar Mart? Die blijft beleefd. Geen driftbuien, geen ophef. Alleen een zinnetje in een interview: “Niks meer gehoord.” En toch zegt het alles. Want in de media is stilte ook een boodschap. Alleen is het nooit de boodschap die je wil horen.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Let me know 😘
