Nou moe. Ron Boszhard, trouwambtenaar bij de dag en huwelijksfanaat bij de nacht, wordt gepasseerd. Zijn eigen broer Carlo trouwt, maar vraagt hem niet. Nee, niet omdat ze ruzie hebben. Nee, niet omdat Ron ooit zijn kauwgum in Carlo’s schoen liet vallen toen ze tien waren. Nee. Carlo kiest voor Irene Moors. Irene! Die ook al jaren in de kroeg zit over trouwen, maar zelf nooit trouwt. Ironisch? Een beetje.
Ron zegt erover: ‘Ik ben zelf ook babs.’ Alsof hij een taartje bakt met roze glazuur en een klein poppetje erop. Maar binnenin? Pijn. Teleurstelling. Misschien wel een beetje gekwetst trots. Je bent beëdigd, je hebt het formulier, je hebt de stem voor de zin “Wilt u deze man…”, en dan word je overgeslagen. Door je eigen bloed. Door Carlo. Die al twee jaar verloofd is, alsof hij wacht op een betere aanbieding.
Waarom Irene? Waarom niet Ron? Omdat Ron te serieus is? Te emotioneel? Of juist niet emotioneel genoeg? Misschien wil Carlo juist geen familie. Geen tranen, geen “jullie zijn mijn favoriete tweeling”-moment. Misschien wil hij gewoon iemand die het gewoon doet. Irene doet het. Zonder huilpartij. Zonder oude foto’s van de schoolreis naar Frankrijk.
Maar stel: Ron staat achter de balie. Ziet zijn broer aankomen. Zegt de woorden. Kijkt in die ogen. Dan? Dan breekt het. Dan wordt het toch familie. En dat wil Carlo misschien juist voorkomen. Geen druk. Geen verplichte dankbaarheid. Gewoon trouwen. Met een beetje muziek, een beetje Herald, en Irene die zegt: “Ja, dat wil ik.”
Ron begrijpt het wel. Zegt-ie. Maar begrijpen is niet hetzelfde als het fijn vinden. Je kunt iets begrijpen terwijl je er wel van smult. Zoals broccoli. Ron eet broccoli. Maar hij zou liever pizza.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Let me know 😘
