Weet je wat ik nooit snap? Mensen die een bed and breakfast beginnen voor de tv, en dan denken: o, na drie seizoenen is-ie verkocht. Alsof je een oude fiets op Marktplaats zet en verwacht dat-ie meteen weggaat. Martien Meiland dacht blijkbaar: ik bak een paar croissants, zeg ‘tjonge jonge’ met een glimlach, en dan staat er een miljonair voor de deur met een cheque. Maar nee hoor. Zijn pension, Code Rosé, staat nog steeds te koop. Jarenlang.
Ik snap het wel, hoor. Je wilt ontsnappen. Weg uit de camera’s, weg uit de drukte, weg uit dat gekkenhuis van een realityserie. Maar dan ga je toch niet een hotel beginnen in je eigen tuin? Alsof gasten geen mensen zijn die vragen stellen, of overlast maken, of om acht uur ’s ochtends al aan de prosecco zitten. En dan die croissants. Die moet je elke ochtend weer vers bakken. Niet gewoon uit de vriezer halen en in de oven schuiven. Nee, Martien doet het serieus. Met bloem, gist, en geduld.
Maar goed, misschien is dat juist het probleem. Te serieus. Te veel hart. Te veel croissant. Mensen willen tegenwoordig geen B&B met ziel. Ze willen een AirBnB zonder mens. Zonder ‘tjonge jonge’. Zonder ontbijt. Gewoon een plek waar je binnenkomt met een code, net als bij de fietsenstalling.
Dus ja, misschien verkoopt hij het nooit. Maar weet je wat ik denk? Dat Martien eigenlijk wel wil blijven. Dat hij stiekem geniet van die ochtenden, van die gasten, van die geur van vers gebakken deeg. Want anders had hij het al lang gesloten. In plaats van te wachten op een koper, had hij gewoon een bordje op de deur gehangen: ‘Volgende gasten om tien uur, ontbijt inclusief.’
Maar nee. Hij wacht. En wij kijken. En de croissants blijven komen.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Let me know 😘
