De staatssecretaris zit in Den Haag, de AI in Silicon Valley. En tussen die twee pulst een zorg die niemand nog durft te noemen: de overheid raakt de touwtjes kwijt, niet vanwege incompetentie, maar vanwege lafheid. Ivar Nijhuis, de man die het beeld van de overheid bewaakt, waarschuwt nu dat platforms en algoritmen steeds vaker het gesprek tussen burger en staat bepalen. Alsof dat een verrassing is. Alsof we niet al tien jaar toekijken hoe Google antwoorden formuleert, X de agenda bepaalt en ChatGPT ambtenaren helpt bij het schrijven van beleidsnotities.
Maar de echte hypocrisie? De overheid die zich beklagt over Big Tech, terwijl ze zelf massaal hun cloudopslag bij Amazon huren, hun communicatie op Microsoft Teams voeren en hun AI-experimenten laten runnen op servers van Google Cloud. Je kunt niet profiteren van de schaal van Big Tech en dan in een persconferentie doen alsof je verbaasd bent dat je afhankelijk bent. Het is alsof je een huurmoordenaar inhuurt en dan schrikt van het bloedspoor.
Nijhuis roept naar meer soevereiniteit, naar een ‘digitale onafhankelijkheid’. Mooi woord. Maar wat betekent het? Een Nederlands ChatGPT? Een eigen zoekmachine met .nl-resultaten? Of gewoon meer subsidies voor overheidsstartups die over vijf jaar weer worden opgekocht door Meta?
De realiteit is dat de overheid geen tijd, talent of budget heeft om een eigen AI-ecosysteem te bouwen. En dus blijft het bij waarschuwingen. Waarschuwingen die klinken als een slecht ingestudeerd toneelstuk: de schuld ligt bij de techgigant, de held is de staatsdienst, en de burger? Die leest het nieuws via een algoritme van X, zonder te weten dat zijn zorgen allang zijn gecategoriseerd als ‘laag prioriteit’.
De vraag is niet of we minder afhankelijk kunnen worden van Big Tech – dat kunnen we niet – maar of we ooit nog durven toegeven dat we nooit echt controle hadden.
Met zakelijke groet
,
Maurits Droogleever Fortuyn
Hoofdredacteur Redia.nl | Media Business
AI heerst niet op de Rijksakademie
Share with friends:
