Een machine liegt. Vloeiend. Zonder blozen. Zonder schuldgevoel. En de mens? Die klapstuk. Want volgens onderzoek van de Radboud Universiteit maakt het ons niets uit of een AI-chatbot gelijk heeft — als de zin maar goed in de oor hangt. Fraai geformuleerde onzin scoort even hoog als de foutloze waarheid. Alsof we marketingcampagnes schrijven in plaats van informatie opvragen.
We zijn geen feitenlezers meer. We zijn taalverslaafden. Gevoed met LinkedIn-proza, Insram-citaten en politieke slogans die rymen, maar niets betekenen. En nu komt de AI — en leert ze precies wat we willen: vloeiend, zelfverzekerd, overtuigend. En dus: geloofwaardig. Niet omdat het klopt, maar omdat het klinkt alsof het klopt.
Stel je voor: een chatbot die vertelt dat de maan van kaas is. Maar dan in een zin van 28 woorden, met een metafoor over melkproducten en kosmische poëzie. En dan zeg jij: “Aha, interessant.” In plaats van: “Rot op, idioot.” Dat is geen technologie. Dat is massapsychologie met een API.
De les? Mensen willen geen antwoord. Ze willen bevestiging. Geen data, maar dramaturgie. En daarom valt de hallucinerende AI niet door de mand — ze wint een prijs. Ze wordt geportretteerd in een whitepaper. Ze wordt ingezet bij klantenservice, HR, zelfs onderwijs. Omdat ze ‘goed communiceert’. Alsof vloeiendheid een KPI is geworden.
Maar wie dit gelooft, gelooft ook in een rendement van 15% op een staatsobligatie. Of in een ‘effe bollen’-campagne van een bank. Het is allemaal dezelfde zachte logica: mooi klinken telt zwaarder dan goed zijn.
De toekomst van communicatie is niet transparant. De toekomst is glad. En de eerste die dat begreep, was geen filosoof. Het was een algoritme.
Met zakelijke groet
,
Maurits Droogleever Fortuyn
Hoofdredacteur Redia.nl | Media Business
AI lul meer mooi dan waar
Share with friends:
