Een staatssecretaris die wordt gemanipuleerd door een Silicon Valley-exec? Klinkt als een waarschuwingstekening uit een college over digitale souvereiniteit. Maar nee, dit is geen hypothetisch scenario — het gebeurde. Meta, het bedrijf dat ooit Facebook heette en nu denkt dat het de regels van de democratie mag vormgeven, eiste toestemming over wat de ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) wel of niet mocht zeggen tegen de Tweede Kamer en de media. Alsof een concessionaris de hand op de mond van de gemeenteraad legt.
Denk niet dat het om privacy ging. Of veiligheid. Of samenwerking. Het ging om controle. Meta wilde bepalen wanneer, hoe en of er iets bekend zou worden over onderhandelingen waarin belastinggeld — dus jouw geld — wordt ingezet om een deal te sluiten met een Amerikaanse techgigant. Geen grap. Geen vergissing. Een geformuleerde eis in een contractuele fase, alsof transparantie een beveiligingsrisico is. Alsof de Tweede Kamer een hackercollectief is in plaats van de hoogste controle-instantie van het land.
De staatssecretaris, wiens naam hier niet ter zake doet — het gaat om het systeem, niet om persoonlijke falen — stond oog in oog met een bedrijf dat zichzelf beschouwt als buitenstaander van de staat, maar tegelijkertijd binnen wil. Niet als partner. Als machthebber. En dat is het punt: Meta onderhandelt niet als een dienstverlener, maar als een soeverein. Een staat binnen de staat, met eigen wetten, eigen communicatiekanalen, en blijkbaar ook het recht om de ademhaling van de overheid te reguleren.
Wij in Nederland bouwen aan een polder, terwijl zij in Californië een imperium uitbreiden. En terwijl wij overleggen over ‘samenwerking’, eisen zij veto-recht. Wat zegt dat over onze mediastrateeg? Over onze staatsgeleerdheid? Over onze zelfrespect?
De vraag is niet of we Meta nodig hebben. De vraag is of we nog weten wie er werkelijk aan het roer staat. En of we bereid zijn om de macht terug te pakken — niet in een tweet, maar in een staatsbrief, met juridische tanden en politieke ruggengraat.
Want transparantie is geen gunst. Het is een grondwettelijk verplichting. En geen bedrijf, hoe groot ook, mag beslissen wanneer die verplichting van kracht is.
Met zakelijke groet
,
Maurits Droogleever Fortuyn
Hoofdredacteur Redia.nl | Media Business
Belastinggeld in Facebooks handen
Share with friends:
