Gisteren stond hij in de boksring. Maar eerlijk? Hij leek meer op iemand die al tien rondes had gevochten. Dave Roelvink, altijd de lach op z’n lippen, zag eruit als een man die zijn eigen leven niet meer herkent. Vijftig uur geen slaap. Hallucinaties. En dan nog boksen? Dat is geen sport, dat is zelfstraf.
Ik zit hier met m’n thee, afstandsbediening in de hand, en denk: jongen, waar ben je mee bezig? Niet dat ik ooit vijftig uur heb zitten staren naar het plafond na een relatiebreuk. Maar ik heb wel eens een Netflix-serie op een avond afgemaakt terwijl ik wist dat ik de volgende dag moest werken. Dan weet je al hoe het voelt: je lichaam zegt stop, je hoofd zegt door.
Dave heeft dat nu tien keer zo zwaar. En Gordon maakt zich zorgen. Nou, als Gordon zich zorgen maakt, dan is het serieus. Die man roept niet om niks. Hij ziet het aan. En wij zien het ook. Geen glimlach. Geen schittering. Gewoon: leeg.
Hij sprak over terugval in verslaving. Alsof zijn lichaam weer roept naar wat hij lang heeft gemeden. En dat is eng. Want verslaving is geen keuze. Het is een stille vriend die terugkomt als je het koud hebt, als je verdrietig bent, als je denkt: ik red het niet alleen.
Maar misschien is het juist goed dat hij erover praat. In de boksring. Voor de camera. Want dan ziet iedereen het. Dan kan niemand zeggen: ‘Ach, het gaat wel weer over.’ Nee, soms gaat het niet over. Soms moet je stoppen. Soms moet je huilen. Soms moet je gewoon niet boksen.
Ik hoop dat hij zichzelf toestaat om kapot te zijn. Dat hij weet dat het oké is om niet de held te zijn. Dat hij mag rusten. Mag huilen. Mag bellen. Mag zeggen: ik kan dit nu niet.
Want de echte kracht zit niet in de vuistslag. Maar in het durven stoppen.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Let me know 😘
