René Froger zit thuis. Met een kop thee. Of misschien koffie. Geen idee. Maar wel met een zakdoek binnen handbereik. Want hij huilt. Weer. Tijdens het opnemen van een filmpje. Niet zo’n vrolijk filmpje met een mop erbij, nee. Een serieuze boodschap. Over stoppen. Over ziek zijn. Over niet kunnen. En telkens weer: stilgezet. Camera uit. Ademhalen. Doorgaan. Huilen.
Hij wilde dit niet. Dat zeggen anderen over hem. En misschien is dat het ergste. Niet de pijn. Niet de diagnose. Maar dat je moet zeggen: ‘Ik kan niet meer.’ Alsof je een fout hebt gemaakt. Alsof je faalt. Terwijl hij juist alles deed. Jaren doorknopen. Zingen met hoofdpijn. Optreden met pijn in zijn lijf. Tot het lichaam zegt: stop. Nu.
En dan sta je daar. Met een telefoon. Of een camera. En je moet het uitleggen. Aan fans. Aan vrienden. Aan jezelf. En je stem trilt. Niet gespeeld. Niet overdreven. Echt. En je schaamt je. Omdat je huilt. Omdat het moeilijk is. Omdat je gewend bent om te geven. En nu moet je nemen.
De mediawereld roept: ‘Wat een moed!’ Alsof hij een held is omdat hij ziek is. Alsof hij een prijs verdient voor huilen. Nee. Hij is geen held. Hij is een man. Die moe is. Die pijn heeft. Die wil rusten. En dat is genoeg.
Geen filmpje. Geen interview. Geen prime-time special. Gewoon: stilte. Rust. Een kop thee. En geen schaamte meer.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Let me know 😘
