Ik zat laatst te kijken naar een oude clip van Estelle Cruijff. Niet op een rode loper, niet in een realitysoap, maar gewoon in een keuken, met een theepot in haar hand. Ze lachte. Niet dat geforceerde, honingzoete tv-lachen, maar echt. Alsof ze net een mop had gehoord van haar buurvrouw.
En dan denk je: waarom is deze vrouw nooit een grote tv-ster geworden?
Shownieuws roept het al jaren: het is een mysterie. Alsof er een of ander technisch storingetje is in het systeem. “Screentests genoeg gedaan, maar het komt er niet uit.” Alsof ze een printer is die wel vol zit met papier, maar niet afgaat.
Maar weet je wat ik denk? Misschien komt het er niet uit, omdat er niets *moet* uitkomen.
Estelle heeft de stem, de look, de timing. Ja, natuurlijk. Maar ze heeft ook iets wat in de tv-wereld soms als een handicap wordt gezien: ze is té echt. Geen pose, geen overact, geen ‘kijk mij eens!’-energie. Ze is gewoon… aanwezig. En dat is tegenwoordig blijkbaar net iets te rustig voor een primeur.
RTL zoekt een diva. Videoland zoekt drama. Prime Video zoekt een personage. Maar Estelle is geen personage. Ze is een vrouw die weet hoe je een gesprek voert zonder er een show van te maken.
En misschien is dat precies waarom ze nooit is doorgebroken. Niet omdat ze niet goed genoeg is, maar omdat ze te goed is voor de troep.
Ik hoorde laatst iemand zeggen: “Als Estelle Cruijff in de jaren tachtig had geleefd, was ze nu een instituut geweest.” Misschien. Maar wie zegt dat ze dat wil?
Ik denk dat ze gewoon blijft doen wat ze doet: koffie zetten, lachen om niets, en af en toe een theorie delen over waarom de Nederlandse televisie zo graag iemand forceert die niet wil springen.
En eerlijk? Dat is ook een soort sterrenstatus.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Let me know 😘
