Er staat een vrouw voor de spiegel. Ze draait haar hoofd een kwartslag. ‘Zie je dat?’ vraagt ze aan niemand in het bijzonder. ‘Daar, onder het oog. Die rimpel. Die komt niet van lachen.’
Ik zag haar gisteren op straat. Anita Witzier. Niet op tv. In het echt. Met een boodschappentas en een sjaal om. Alsof ze gewoon iemand is. En dat is ze nu blijkbaar ook: gewoon iemand.
Vroeger was ze overal. Op zondagavond. Op maandagochtend. Tussen de reclames door. Dan zei je: ‘Zet Anita aan.’ En dan kwam ze binnen, met haar glimlach die net iets te scherp was, alsof ze wist dat iedereen keek. En ja, we keken. We konden niet weg. Niet van haar, niet van die stem, niet van die jurken.
Maar nu? Nu kijkt niemand.
Johan Derksen zegt dat ze verbitterd is. Alsof ze een slechte smaak in haar mond heeft en die niet wegspoelt met koffie. Maar ik denk: wie zou dat niet zijn? Stel je voor: jarenlang praten tegen een camera, alsof iedereen je kent, alsof iedereen je nodig heeft. En dan opeens: stilte. Geen programma’s meer. Geen regisseurs die bellen. Geen redacteuren die zeggen: ‘Anita, we hebben iets voor je.’
Alleen nog de blikken in de supermarkt.
Ik heb haar niet gevraagd hoe het gaat. Dat doe je niet. Je ziet iemand met een boodschappentas en een sjaal, en je weet: dit is geen moment voor ‘hou je het nog vol?’ Nee. Je zegt ‘lekker weer’ en loopt door.
Maar ik dacht er wel aan. Aan hoe snel het gaat. Hoe snel je van ‘bekend’ naar ‘vergeten’ kunt. Alsof je een programma bent dat niet meer wordt herhaald. Geen stream, geen rerun, niks.
En toch. Gisteren, toen ik haar zag, glimlachte ze. Kleintjes. Alsof ze iets wist wat wij niet weten. Misschien is dat het: dat ze nu eindelijk geen Anita voor de kijkers meer is. Maar gewoon Anita. Met rimpels. Met een tas. Met een verleden dat pijn doet, maar ook vrij maakt.
Ik hoop dat ze nog lacht. Zelfs als niemand kijkt.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Let me know 😘
