Er werd gezongen over zomer, zon en vriendschap, maar achter het glimmende podium van De Toppers schuifelde blijkbaar een heel ander verhaal. Gerard Joling, lang het gezicht met de glimlach, zegt nu: “Ik ben gewoon moe.” Niet van het zingen, nee, van het spel.
Want terwijl het publiek dacht dat het een feest was, was het backse volgens Joling meer een administratie. “Het voelde alsof we een bedrijf waren zonder ziel,” zegt hij. Alsof iedereen een rol speelde, maar niemand echt nog wist waarom.
Hij vertrekt, niet met een klap, maar met een zucht. Geen boze woorden, geen drama, gewoon: “Ik hoorde mezelf zeggen: dit is niet meer ik.” En dat is misschien wel het ergste – niet de ruzie, maar de stilte die ertussen kwam.
De Toppers, ooit een trio van lachende mannen in pakken, lijkt nu meer op een machine die blijft draaien, ook al is het hart eruit. Joling zegt dat hij zich niet meer herkende in de sfeer. “Het was niet gemeen, hoor. Maar ook niet warm.”
Je denkt: zingen, lachen, publiek – hoe kan dat saai worden? Maar blijkbaar is het vermoeiend om elk weekend dezelfde glimlach op te plakken als je binnenin al stilletjes bent vertrokken.
Enfin. De show gaat door, zeggen ze. Maar soms is het juist de moed om te stoppen die het meeste zegt. Zeker als je jarenlang het gezicht bent geweest van iets wat ooit echt voelde, en nu voelt als een goed geoliede kar.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Let me know 😘
