Er lag een tijd dat Gerard Joling nog met een glimlach door de zalen dweilde, hand in de zak, stem als een warme deken. Nu? Nu spuugt-ie in de richting van de man die hem jarenlang bij elkaar hield: Benno de Leeuw. En niet figuurlijk. Letterlijk. Of nou ja, bijna.
Een oud radiofragment dook op, als een boze geest uit het mediaverleden. Daarin zegt Gerard iets wat klinkt als: “Ik kon er niet meer tegen. Die man maakt van alles een circus.” Niet bepaald vriendelijk. En zeker niet leuk voor Benno, die waarschijnlijk dacht dat hij nog in de groep zat. Maar nee. Gerard is klaar. Echt klaar.
Waarom nu dit stukje oude geluid? Omdat iemand ergens een knop indrukte, een la opentrok en dacht: “Hé, dit is nog interessant.” En ja, dat is het ook. Want plots is het niet meer “ik wil gewoon rust” of “ik wil meer tijd voor mezelf”, maar: “Ik kon die man niet meer zien.”
De Toppers waren altijd het gezellige feestje waar iedereen mocht komen. Maar achter de glimmende vlaggetjes en de snelle nummers zat blijkbaar een hoop geklier. En Gerard, met zijn grote mond en grotere hart, had er genoeg van. Hij wilde niet langer meespelen in een toneelstuk waarin hij zichzelf niet meer herkende.
Benno de Leeuw, manager, regisseur, slijmfilm, noem maar op – hij was de motor. Maar motoren kunnen ook vastlopen. En branden. En stinken. En blijkbaar is dat precies wat er gebeurde. Niet met vuur, maar met woede. En gal.
Het is grappig, hè. Jarenlang zingen over liefde en licht, en dan knapt het op een dag. Niet op het podium. Niet in het nieuws. Maar in een oude opname, ergens tussen een reclamespot en een vergeten weersverwachting.
En wij? Wij kijken toe. Met een kop thee. En denken: “Dus daarom is-ie weggegaan.” Niet om de rust. Niet om de kinderen. Maar om de man achter de gordijnen.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Let me know 😘
