De airco in de boardroom van de marketingtop is op dit moment harder dan de mediastrategie. Terwijl Simon Stiell van de VN met klinische precisie de hittegolven koppelt aan fossiele uitstoot, zitten CMO’s te zweten over iets anders: hun eigen morele aanspreekbaarheid. Het klimaat is geen achtergrondnarratief meer. Het is een audit. En de boekhouding is begonnen.
Marketingdirecteuren die nog steeds denken in termen van engagement, storytelling en brand love, zullen binnenkort worden afgerekend in tonnen CO₂. Elk spotje, elke campagne, elk event — opeens een post op de ecologische balans. De tijd dat je een duurzaamheidsinitiatief kon verpakken in een pastelgele campagne met vogeltjes en zonlicht, is voorbij. Nu moet je rekenen. En rekenen is geen creatieve discipline.
Stiell zegt het helder: dit is geen natuurverschijnsel, dit is industriële nalatigheid. En daarmee verplaatst de morele last zich — van de consument naar de boodschapper. Want wie verkoopt, medeert. Wie campagne voert voor een fossiele sponsor, draagt verantwoordelijkheid. De CMO van morgen is geen storyteller meer, maar een risicobeheerder met een oog op de rechterbank.
En dan komt de ironie: de marketingindustrie, die decennialang de consumptie verfijnde tot een kunstvorm, moet nu ineens de rem erop zetten. Hoe verkoopt u duurzaamheid zonder groenwas te lijken? Hoe positioneert u een merk in een wereld waar ‘groei’ een vies woord wordt? De antwoorden zijn schaars. De paniek is niet zichtbaar — nog niet — maar je hoort het aan de stiltes in de vergaderingen.
De hittegolf is geen weersverwachting. Het is een moraalbarometer. En die staat op extreme druk. Wie nu niet schakelt, wordt later aangeklaagd. Niet door activisten. Door de wet. Door de geschiedenis. Door het weer zelf.
Met zakelijke groet
,
Maurits Droogleever Fortuyn
Hoofdredacteur Redia.nl | Media Business
Hittegolven zijn geen meer marktpraat
Share with friends:
