Ik zit hier met mijn thee. De afstandsbediening in de hand. Op tv: weer een verhaal over iemand uit de oude doos. Thijs Römer. Jaren geleden alweer dat het misging. En nu? Nu komt Katja Schuurman aanzetten met een smekende blik. Alsof ze een boodschap voor de buurman doet, maar dan over de tv.
“Hopelijk vergeven we hem”, zegt ze. Niet: “Hij heeft veel fout gedaan, maar…” Nee. Gewoon: hopelijk. Alsof vergeving een soep is die vanzelf kookt als je er lang genoeg naar kijkt.
Ik snap haar wel, hoor. Vroeger waren ze samen. Liefde. Kijken naar de zonsondergang. Nu kijkt ze naar de scherven. En ze wil dat wij die oprapen. Voor hem.
Maar waarom? Waarom wij?
Hij heeft leed aangericht. Bij meisjes. Jong. Te jong. Dat staat er zwart op wit. En zij zegt: “Er komt spijt bij kijken.” Alsof spijt automatisch helpt. Alsof een sorry op Facebook alles gladstrijkt.
Ik denk aan mijn nichtje. Veertien. Lacht om alles. En stel: iemand als Römer komt in beeld. Dan wil ik niet dat mijn nichtje vergeeft. Dan wil ik dat ze hard roept: dit was fout. En dat het ook zo blijft.
Schuurman denkt misschien: vergeven is vrijheid. Maar vrijheid begint bij verantwoordelijkheid. En die is nog niet afgerond. Niet voor hem. Niet voor de meisjes. En al helemaal niet voor ons.
We hoeven niet hard te zijn. Maar wel eerlijk. En eerlijk gezegd? Vergeven is nu te veel gevraagd. Zeker als het van bovenaf komt. Van iemand die hem kende. Van iemand die misschien nog steeds iets voelt.
Laat de tijd werken. Niet de pr. Niet de interviews. Maar de tijd. En de meisjes. Die zijn het belangrijkst. Niet de vrede van een ex.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Let me know 😘
