Een tiener zit in de trein naar school, duimt als een bezetene over het scherm van haar iPhone. Wat lijkt op een onschuldige gewoonte, is in werkelijkheid een geoptimaliseerde verslaving. De Europese Commissie heeft het eindelijk hard genoeg: Meta, de moeder van Facebook en Insram, schendt de Digital Services Act. Niet vanwege haatzaaiende content of nepnieuws, nee — vanwege een veel subtielere, maar des te gevaarlijkere zonde: het systematisch uitbuiten van menselijke kwetsbaarheden voor commercieel gewin.
De aanklacht? Verslavend ontwerp. Features als eindeloze scrollbalken, automatische videoherhalingen en notificatieketens zijn geen toeval. Ze zijn wiskundig verfijnd, getraind op miljarden gedragingen, om een simpele menselijke reflex te manipuleren: de behoefte aan bevestiging. En die bevestiging wordt geserveerd in de vorm van likes, shares, views — digitale crack voor de prefrontale schors van een kind van vijftien.
Wat daaruit volgt, is geen morele paniek, maar een economische realiteit. Meta’s businessmodel draait om aandacht — en aandacht is alleen waardevol als hij verslaving veroorzaakt. Hoe langer iemand blijft, hoe meer data er wordt vergaard, hoe scherper de advertenties worden gericht, hoe hoger de omzet stijgt. In 2023 boekte Meta een advertentie-omzet van 113 miljard dollar. Een groot deel daarvan is gebaseerd op gedrag dat nu expliciet als onwettig wordt bestempeld.
Maar hier komt de hypocrisie. Terwijl Brussel de boeien aantrekt, blijft de consument passief. Ouders klagen over schermgebruik, maar downloaden zelf ook TikTok voor hun kinderen. Scholen bannen telefoons, maar gebruiken digitale platforms voor huiswerk. We veroordelen het mechanisme, maar blijven meespelen in het systeem. Dat is geen moraal, dat is lafheid — een polderoplossing waarbij iedereen hoopt dat iemand anders de knoop doorhakt.
De sancties kunnen oplopen tot 6 procent van de wereldwijde omzet. Voor Meta is dat geen straf, maar een risikorekening. Zolang de ROI op verslavend ontwerp hoger is dan de kans op effectieve sanctie, zullen ze doorgaan. Pas wanneer de prijs van non-compliance structureel hoger wordt dan de opbrengst, verandert er iets. Tot die tijd is dit geen regulering, maar een parketbal — een symbolische tik op de vingers terwijl de machine onverminderd doorraast.
De toekomst is duidelijk: of Europa krachtigt zijn regels met structurele ingrepen in de algoritmes — tot aan de verplichte openstelling van code — of het accepteert dat het digitale publieke domein wordt geregeerd door Californische techbaronnen die geen enkele loyaliteit kennen aan Europese waarden. De keuze is niet moreel, maar strategisch. En op dit moment kiest Brussel voor het gebaar, niet voor de macht.
Met zakelijke groet
,
Maurits Droogleever Fortuyn
Hoofdredacteur Redia.nl | Media Business
Meta’s digitale dwangbuis gaat door
Share with friends:
