Hélène Hendriks keek alsof ze een spook zag. En ik dacht: meid, hij heeft gewoon contactlenzen in. Maar nee, het was groter. Rutger Castricum, lang bekend om zijn dikke montuur dat je dacht dat hij elk moment een boek kon gaan corrigeren, stond daar. Zonder bril. Alsof iemand de hoofdletter in een zin had weggehaald.
Jarenlang was die bril zijn handtekening. Net als de trui van Paul de Leeuw of de glimlach van Irene. Je zag ‘m aankomen. Maar gisteren in De Oranjezondag? Geen glas, geen rand, niks. Alleen Rutger, met ogen die eindelijk vrij waren.
Hij zei erover: “Ik wilde mezelf weer zien.” Alsof de bril opeens een muur was geworden. Alsof hij zichzelf niet meer herkende in de weerspiegeling van de studiolichten. En ik snap het. Soms draag je iets zo lang dat je vergeet dat het aan is. Zoals sokken met gaten. Of een oude relatie.
De kijkers? Geschokt. Op sociale media ging het over niets anders. “Waar is de bril?” “Heeft hij een transplantatie gehad?” “Is dit een nieuwe look?” Alsof Rutger ineens een ander mens was. Terwijl hij juist zei: dit ben ik weer. Echt. Zonder filter. Zonder glas.
Maar ik denk: misschien is dat het probleem. We willen figuren op tv net genoeg veranderd, maar niet té. Een beetje zoals je moeder die zegt: “Je mag wel een piercing, maar niet in je neus.” We houden van herkenning. Dus als Rutger zonder bril komt, denken we: wie is deze man? Terwijl hij gewoon zichzelf is. Alleen dan zonder montuur.
Enfin. Ik zeg: fijn dat hij zich vrij voelt. Of hij nu glazen draagt of niet. Maar ik moet wel lachen. Want nu moet ik mezelf corrigeren. Ik zei altijd: “Kijk, daar is Rutger met z’n bril.” Nu moet ik zeggen: “Daar is Rutger. Zonder.” Alsof dat het nieuws is van de week.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Let me know 😘
