Er zat een tijd dat Herman van der Zandt elke ochtend in mijn keuken kwam. Niet met een kop koffie, maar met het journaal. Gewoon, op tijd. Net als de postbode. Je wist: om half tien, daar was-ie. Rustig, duidelijk, geen gekke trucjes. Gewoon nieuws. Alsof je buurman vertelt wat er in de straat is gebeurd.
Toen ging hij weg. Naar KRO-NCRV. Voor iets ‘anders’. Iets ‘frispers’. Iets ‘mooiers’. Dat zeiden ze. En ik dacht: mooi hoor, man verdient een verandering. Maar nu hoor ik: hij mist het. Ja, letterlijk. ‘Ik mis het’, zegt hij. Alsof hij zijn sjaal is vergeten in een oud huis.
Maar waar mist hij dan precies? De camera’s? De redactiekoffie? Of gewoon het gevoel dat iemand elke ochtend op je wacht? Want laten we eerlijk zijn: op tv is het tegenwoordig alsof iedereen rent. En Herman liep altijd. Rustig. Met een das. Alsof hij zegt: ‘Het is slecht nieuws, maar ik breng het je toch.’
Nu zit hij ergens tussen podcasts en special programma’s. Mooi hoor, die vrijheid. Maar vrijheid is soms ook gewoon: niemand kijkt. En misschien is dat het. Hij mist niet de stoel, maar de mensen die keken. Die elke ochtend dachten: daar is-ie weer. Die stem. Die blik. Dat veilige gevoel.
Want wij missen hem ook. Niet omdat hij beter was, maar omdat hij er was. Gewoon. Iedere dag. Zonder gekke filmpjes of gekke memes. Gewoon: Herman. Met een stropdas en een zin.
Misschien is dat het probleem van Hilversum. Ze willen altijd iets nieuws. Maar soms is ‘oud’ gewoon ‘goed’. En soms is ‘rustig’ juist precies wat je nodig hebt. Zeker als het buiten stormt en je alleen maar wilt horen wat er gebeurd is. Zonder muziek. Zonder gekke achtergronden. Zonder gekke gezichten.
Gelukkig zegt hij: ‘Ja, ik mis het.’ Dat is eerlijk. En eerlijk is ook iets wat we missen. Op tv. In de politiek. In de WhatsApp-groep van de oudercommissie.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Let me know 😘
