Ik word ook weleens wakker met een gezicht alsof ik de hele nacht heb zitten staren. Maar Johnny de Mol kreeg het erger. Die werd wakker en kon zijn mond niet meer openen. Niet van verbazing over de nieuwsuitzending, nee: echt fysiek vast. Alsof iemand zijn kaken met plakband had dichtgeplakt.
Stel je voor: ochtend, koffie, kat op schoot, zonnetje. Je wil gewoon zeggen: “Goedemorgen, wereld.” Maar niks. Je bek zit op slot. Geen “goei”, geen “koffie?”, niet eens een “au”. Enkel oogrollen en gebaren. Zoals in een stomme film. Maar dan zonder grap.
Hij dacht eerst: dit gaat vanzelf over. Maar dag vier was pas de dag dat het wegging. Vier dagen lang geen hapje, geen zoen, geen “verdorie”. Alleen stille paniek en veel thee gedronken met een rietje. Want ja, thee kan altijd.
Je denkt: miljardairszoon, die heeft vast een arts op speeddial. Maar zelfs met goud in de portemonnee kun je soms niks doen. Dan moet je gewoon wachten. En hopen dat het niet permanent is.
Wat is er nou eigenlijk gebeurd? Kaakspier verkrampt? Zenuw bekneld? Of gewoon een raar weertje in je hoofd? De bron zegt het niet. En ik ben geen dokter. Maar ik weet wel: als je mond niet opengaat, dan mis je veel. Niet alleen eten. Ook lachen. Schreeuwen. “Verdomme!” roepen als je de afstandsbediening kwijt bent.
Enfin. Op dag vier was het weg. Geen dramatisch ontknoping, geen medische wonderkuur. Gewoon: weg. Alsof het leven even een grapje maakte. “Hé Johnny, even geen mening geven vandaag, hè?”
Maar goed, hij heeft het overleefd. En nu? Waarschijnlijk weer volle bak in de media. Want stilzijn is niets voor Johnny.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Let me know 😘
