Er zat een man met een snor tussen twee stoelen in. En nee, het was niet Geert Wilders. Het was Johan Derksen, die plots weer een keer moest uitleggen waarom hij eigenlijk nog meedoet aan dit soort rondetafelpraat.
Het begon allemaal met een zin van Raymond Mens. Iets over “democratische waarden” en “verantwoordelijkheid”. En toen gebeurde het: Derksen trok zijn wenkbrauwen op alsof hij een wasbeer in zijn tuin zag. “Jij zit nu een beetje elitair te doen,” zei hij. Alsof “elitair” het ergste is wat je kunt zijn, net na pedant of – god verhoede – beschaafd.
Terwijl Wilders aan de andere kant van het scherm zijn punt maakte – of misschien gewoon zijn punt was – begon de echte show pas. Niet in de studio, maar aan tafel. Want daar zat een man die ooit voetbal noemde “de enige waarheid”, nu te maken met mensen die denken dat democratie ook iets met praten te maken heeft.
Mens zei iets over normen. Derksen reageerde alsof hij een klacht kreeg over geluidsoverlast. “Elitair.” Alsof het een vloek was. Alsof het niet mocht. Alsof je bij Vandaag Inside alleen mag praten als je een biertje in de hand hebt en geen idee hebt van de grondwet.
Maar weet je wat het gekke is? Niemand is echt boos. Niemand stormde weg. Niemand gooide een stoel. Het was gewoon weer een moment waarin de ene wereld botst met de andere. De wereld van de harde feiten en de wereld van de harde meningen.
En wij zitten er weer bij, met onze afstandsbediening in de hand, ons kopje thee op tafel, en de vraag: waarom is dit eigenlijk zo moeilijk? Waarom klinkt “elitair” alsof het een ziekte is? En waarom moet je altijd kiezen tussen grappen maken of serieus zijn?
Misschien is het antwoord simpel: omdat we allemaal graag gelijk willen hebben. Zelfs als we het niet weten.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Let me know 😘
