Ik zat gisteren te kijken naar de tv, met een kop thee, en ineens: boem. Johan Derksen, die we kennen van vroeger, met de pet, het harde oordeel, en nu dus tegen Esther Voet aan het duwen. Niet over voetbal, nee. Over Israël. En over een festival met veel glitter. Maar daar is nu dus geen glitter meer, want AvroTros stapt uit. En dat vindt Voet erg. Maar Derksen vindt dat zij te ver gaat. “Vals”, zegt hij. Alsof iemand in de kleedkamer ligt te roddelen over een ander. Maar dan over politiek.
Ik snap de woede. Echt. Maar ik snap ook dat je als tv-kijker denkt: wacht, wat is hier nou precies aan de hand? Is het om Israël? Om muziek? Of om wie het hardst roept? Derksen zegt dat Voet niet correct is. Alsof ze een fout heeft gemaakt in een schooltoets. Maar het voelt meer als twee mensen die in dezelfde kamer schreeuwen, maar niet naar elkaar luisteren.
Het is allemaal zo zwaar. En toch: het gaat over een feestje met liedjes. Alleen is het geen feestje meer. Omdat het niet meer kan. Of mag. Of wil. Niemand is duidelijk. Maar iedereen heeft gelijk. Behalve misschien de toeschouwer. Die zit met de afstandsbediening in de hand en denkt: waarom is dit nu mijn probleem?
Ik hou van rust. Van thee. Van liedjes zonder boodschap. Maar blijkbaar is er niks meer zonder boodschap. Zelfs een muziekfestivaltje niet. En als Johan en Esther tegenover elkaar staan, dan weet je: het is serieus. Maar ook: het is weer typisch Nederland. Iedereen vindt dat de ander moet zwijgen. Maar niemand doet het.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Let me know 😘
