Een lobbyorganisatie die zichzelf ‘ongehoord’ noemt, maar wel een zetel heeft op het toneel van de macht. Ironisch? Nee, typisch Nederland. Ongehoord Nederland, de stem van de doof en slechthorenden, zit plots op het randje van de uitvalsbak. Minister Calimero wil de voorlopige erkenning intrekken. Alsof je een pasgetrouwd stel laat scheiden voordat de bruiloftstaart is aangesneden.
Er is een hoorzitting gepland. Mondelinge reactie toegestaan. Alsof woorden nog iets kunnen redden. Alsof het niet allang over is. Tien dagen wachten op het definitieve besluit? Dat is geen rechtvaardigheid, dat is theater. Het soort polderdrama waar we jaren omheen draaien terwijl de zaken al lang zijn beslist in een vergaderzaal zonder ramen.
Wie profiteert hiervan? Niet de doven. Zij hebben geen tijd voor symbolische erkenningen. Zij hebben behoefte aan toegankelijkheid, aan vertaling, aan geluid dat vertaald wordt in macht. Maar Ongehoord Nederland? Lijkt meer bezig met de stoel dan met de zaak. Een voorlopige erkenning intrekken, terwijl je nog geen definitieve prestatie hebt geleverd — dat is geen straf, dat is een wake-upcall.
De Nederlandse overheid subsidieert sentiment, niet impact. En als de cijfers ontbreken, komt de moraal om de hoek kijken. ‘Maar zij vertegenwoordigen een kwetsbare groep!’ Natuurlijk doen ze dat. Maar vertegenwoordigen is niets waard als het niet meetbaar is. Erkenning zonder prestatie is liefdadigheid, en liefdadigheid is geen businessmodel.
De economische waarheid is simpel: wie geen ROI genereert in inclusie, verdwijnt van de balans. En Ongehoord Nederland balanceert op de rand van irrelevante betekenis. Hopelijk leren ze uit deze schaduw. Want in de echte wereld — de wereld van de Zuidas — telt alleen wat je kunt tonen.
Met zakelijke groet
,
Maurits Droogleever Fortuyn
Hoofdredacteur Redia.nl | Media Business
Ongehoord Nederland kan uitglijden
Share with friends:
