Een Nederlands hotel met een naam die roept naar goedkope passie en betere jaren, wisselt van strategische partner. Hotel L’Amour — want ja, zo heet het écht — laat de oude staf vallen en schaart zich onder het vlaggetje van Trekpleister. Een naam die klinkt als een collectieve uitkering voor creatieve bureaus die hun naam kwijt zijn.
De cijfers zijn er niet, maar de ambitie wel. Trekpleister, een entiteit die zichzelf positioneert als bruggenbouwer tussen ‘authentieke verhalen’ en ‘stedelijke herwaardering’, pakt dus uit met een overname die vooral één ding bewijst: sentiment wint het weer van ROI. Hotel L’Amour is geen merk, het is een meme. Een etalagepop van een nachtleven dat zichzelf serieus neemt, maar slechts bestaat om op Insram gestript te worden. En toch: er wordt geïnvesteerd. Alsof je een museum opent voor oude Tinder-bios.
Ik zie de groeicurve niet. Ik zie geen schaalmodel. Wat ik wel zie, is een vertrouwd patroon: een hip bureau pakt een ‘cultureel’ merk, roept ‘revitalisatie’, en reikt zichzelf een prijs uit voor het redden van iets dat niemand wilde kopen. Trekpleister doet alsof ze een verborgen schat ontdekken, terwijl de markt al lang heeft beslist: dit is geen investering, dit is een fotoshoot met een businessplan eronder geplakt.
De echte winnaar? De huurder. Want wie gelooft dat dit draait om gastvrijheid? Nee, het draait om content. Hotel L’Amour is geen verblijf, het is een set. En Trekpleister is niet het bureau, het is de regisseur van een eterniteitsspel dat we allemaal moeten bewonderen, maar niemand gaat boeken.
Mijn voorspelling? Over twee jaar wordt het hotel opnieuw ‘gerescued’ — dit keer door een NFT-collectief uit Rotterdam-Zuid dat ‘de ziel terugbrengt’. Tot dan: gefeliciteerd met de relatie, maar waar is de return?
Met zakelijke groet
,
Maurits Droogleever Fortuyn
Hoofdredacteur Redia.nl | Media Business
Trekpleister koopt lokaal gepruts
Share with friends:
